Kandidaat Tweede Kamer 2025

Ik stel me kandidaat voor de Tweede Kamer en sta met een eervolle plek 16 op de conceptlijst van D66.

Waarom?

Mijn ambitie om twee jaar geleden de politiek in te gaan is omgeslagen in urgentie:

Een gevoel van onmacht heeft de wereld in zijn greep. In Gaza zijn we toeschouwers van onbeschrijflijk leed, terwijl de instituties die we bouwden om mensenrechten te beschermen, voor onze ogen verkruimelen. Diezelfde sfeer van angst en geslotenheid zette de afgelopen jaren ook onze eigen, open samenleving onder druk. Dit raakt mij diep en sterkt mijn overtuiging:

Het moet anders.

Zoals Rebecca Solnit schrijft: hoop is geen naïef optimisme, maar een actieve keuze. De overtuiging dat een alternatief mogelijk is.

Dat alternatief begint bij de moed om te kiezen voor een andere houding. Open staan voor het onbekende en positief durven kijken naar de toekomst. Dat is ook de kracht van onze samenleving: geen stilstand, maar werken aan het Nederland van morgen, door te investeren in innovatie en kansen te creëren voor ieders talent.

Mijn missie is om in Den Haag de stem te zijn voor die hoopvolle toekomst. Wil jij met me meedenken en meedoen in de campagne voor een open en optimistisch Nederland, stuur me dan een berichtje.

image

Archief: Campagnefilm Tweede Kamerverkiezing 2023

Archief zomer 2023: waarom ik me toen kandidaat stelde

Ouafa Oualhadj - “Zeer vereerd met mijn plek 28 op de concept kandidatenlijst van D66” schreef ik op Twitter. Ik deel graag waarom.

Toen het kabinet eerder dit jaar struikelde, zag ik om me heen het cynisme welig tieren. Social media stond er vol mee, zelfs zittende kamerleden gaven aan de hoop op te geven dat het ooit beter zou worden. Flaubert zei ooit: ‘Verwijt mij geen cynisme, ik heb de wereld niet uitgevonden’, en hij had natuurlijk gelijk. Ook ik voelde het regelmatig opborrelen: tijden waarin politiek Den Haag vooral vermaak opleverde en mijn engagement niet veel meer inhield dan twittergrapjes over versplinterende partijen. 

Maar bij mij kroop de afgelopen tijd ook iets anders naar boven. Een gevoel waarvan ik deze zomer merkte dat het sterker werd: opgeven is voor mij geen optie.

Eén persoon kan de wereld niet radicaal veranderen, dat weet ik ook wel. Maar één stem kan wel een verschil maken. In mijn studententijd ging ik langs bij toenmalig Europarlementariër Marietje Schaake in Brussel, en ik herinner me hoe inspirerend ik haar bevlogenheid vond. Vorige week was ik op de Dream Out Loud avond van BKB, en moest terugdenken aan Erik van Bruggen, die iedereen om zich heen altijd aanspoorde om politiek actief te worden. 

Nu voelt voor mij ook de tijd om te zeggen: het moet anders, en het kan anders. En daar wil ik voor opstaan. Campagne voeren voor méér kansengelijkheid, voor een progressief geluid, voor een toekomstgerichte economie. 

Want er staat nogal wat op het spel: bestaanszekerheid, kansengelijkheid, welke plek we in de wereld innemen. Maar ook: hoe betalen we het allemaal. Ik werk inmiddels zeven jaar op het ministerie van Financiën, en ik weet hoe belangrijk het is om een stevige economie te hebben en te houden - we hebben namelijk als land best wat financiële uitdagingen, zoals blijkt uit het rapport van de studiegroep begrotingsruimte dat gisteren verscheen. Willen we investeren in kansengelijkheid en klimaat, dan zullen er heldere keuzes gemaakt moeten worden. 

Bovenal geloof ik in een samenleving waarin iedereen zich vrij voelt om zichzelf te zijn. Daar schreef ik vroeger essays over, en daar wil ik me nu politiek voor uitspreken. Als kind in een stad van uitersten heb ik van dichtbij kunnen zien hoe kleine verschillen op jonge leeftijd kunnen leiden tot onoverbrugbare afstanden later.  Waar zes of zeven vinkjes de norm is, ben ik de afgelopen jaren juist het ‘missen’ van een paar vinkjes gaan zien als een kracht. Het geloof dat we nieuwsgierig moeten zijn naar andere perspectieven en nieuwe inzichten zit diep in mijn natuur. 

Juist daarom weet ik: de politiek kan het verschil maken. Alleen wanneer het volledige potentieel in de samenleving tot wasdom komt, zijn we innovatiever, slagvaardiger en weerbaarder. En daarmee optimistischer voor alles wat de wereld brengt.

Dat is mijn antwoord op die vraag ‘waarom’. De verkiezingen zijn niet alleen een hele leuke tijd qua #popcorn, relletjes en politieke juice. Het gaat ergens om. Het gaat om onze toekomst. 

Daarom sta ik op die lijst. Om voor dat geluid campagne te voeren. Wie weet wat er gebeurt en kom ik de Tweede Kamer in, dan ben ik daar klaar voor. Ik heb niet alleen een sterke maatschappelijke antenne, maar ook de politieke slagkracht om te werken aan een sterke economie die klaar is voor de toekomst en voor iedereen kansen creëert.

Maar mijn eigen plek is niet het belangrijkste doel van mijn kandidaatstelling: ik wil opstaan voor een geluid waar ik in geloof. Ik hoop dat dat anderen inspireert of aanzet om zich ook uit te spreken.

Uiteindelijk kan ik deze stap alleen zetten omdat ik geloof in hoop. In de woorden van Rebecca Solnit: “To hope is to gamble. It’s to bet on your futures, on your desires, on the possibility that an open heart and uncertainty is better than gloom and safety.” In deze tijden waar ook bij mij soms cynisme de kop opsteekt, vind ik het essentieel om optimistisch te blijven en hoop te behouden. Om te geloven dat een andere toekomst mogelijk is.

Te gast in podcast Waanzinnig Land

Schrijver, opiniemaker en podcasthost Johan Fretz nodigde me uit voor een gesprek in zijn podcast Waanzinnig Land. Het werd een lang gesprek - over mijn drijfveren de politiek in te gaan, waarom ik voor D66 heb gekozen, maar ook mijn eigen reis over opgroeien ‘na 9/11’. 

Luister de show hier.

Zoals het een podcast betaamt, een paar snownotes. Over de brief die ik onlangs schreef, opiniestukken en de boeken die ik mee nam.

Economie

We spraken over de economie, en hoe belangrijk het is om eerlijk te zijn over de keuzes die je maakt. Juist dat is zo nodig willen we ook het vertrouwen van de kiezer terugwinnen.

Wat meer achtergrond over die keuzes:

Investeren in de toekomst

Het is belangrijk dat we niet alleen kosten beperken, maar ook investeren in de toekomst, bijvoorbeeld op het vlak van klimaat en onderwijs:

1: D66 wil investeren in de toekomst door mensen het beste onderwijs te geven. Alles voor studenten lees je hier, maar in het kort alvast: De tijdelijke verhoging van de uitwonende beurs voor studenten wordt permanent. En voor de groep studenten die geen basisbeurs heeft ontvangen, wil D66 de rente voor hun studielening op 0% zetten.

Het lost niet alle uitdagingen in één klap op, maar zo krijgt deze generatie wel meer lucht en zekerheid.

D66 en SP slaan vandaag de handen ineen om de rente op studieleningen voor alle studenten van de leenstelselgeneratie op 0% te zetten.

Het lost niet alle uitdagingen in één klap op, maar zo krijgt deze generatie wel meer lucht en zekerheid. https://t.co/aYRxFf02ei

— Jan Paternotte (@jpaternotte) October 24, 2023

2. Ook na je studie is het ook belangrijk als de overheid er voor je is. Kinderopvang voor iedereen is daarbij cruciaal voor kansengelijkheid. D66 kiest voor gratis kinderopvang voor iedereen: Het zorgt dat de arbeidsparticipatie stijgt, én geeft alle kinderen een sterke en gelijke start. Bovendien scheelt dit ook heel veel gedoe met toeslagen.

Innovatie en groei

Innovaties komen vaak voort uit publiek-private combinaties. Het is niet of het één, of het ander. Ik vind het daarom belangrijk dat we investeren in start-ups en innovatie, en zorgen dat werken meer loont.

Zo kunnen we van Nederland een koploper maken van duurzame innovaties en nieuwe ‘wereldwonderen’ ontdekken die bijdragen aan brede welvaart.

Daarom maakt D66 vervuiling duurder, terwijl we juist degenen die het goede voorbeeld geven belonen. Meer hierover lees je in het programma.

Gezonde overheidsfinanciën

Ik sprak over hoe belangrijk het is dat we keuzes maken. Uiteindelijk moeten de overheidsfinanciën op lange termijn immers gezond blijven. De uitgaven aan rente, klimaat en zorg lopen op, waardoor het overheidstekort boven de 3% uit kan komen als we niets doen. D66 wil zowel structureel de lasten verlagen en blijven investeren in onderwijs, de arbeidsmarkt, hervorming van het toeslagenstelsel, wetenschap en cultuur. Om onze financiën houdbaar te houden, betekent dit dat de vervuiler zal moeten betalen, vermogenden en grote bedrijven meer dan nu hun steentje zullen moeten bijdragen en zorgkosten niet ongebreideld kunnen stijgen.

Tot slot: de boeken die ik mee nam

Lees Generatie 9/11 van Lotfi el Hamidi, een grote aanrader om te begrijpen hoe het is om op te groeien tíjdens 9/11. We spraken ook over Édouard Louis, die zo mooi omschrijft hoe het is om van de ene klasse in de andere te belanden. Helaas kwamen we niet toe aan Ayn Rand’s Fountainhead, Roxane van Iperen’s essay ‘Eigen Welzijn Eerst’, Mariana Mazzucato’s ideeën over de ondernemende staat en Rebecca Solnit's teksten over hoop - daar zal ik binnenkort meer over schrijven.

Moet ik accepteren dat een individu verantwoordelijk wordt gehouden voor het corrigeren van stereotypen?

Dit essay werd eerder gepubliceerd in de Volkskrant (Vonk) van 21 november 2015

NOS melding: aanslag in Parijs. Ik stop mijn telefoon weg. Half omdat ik wil dat het niet waar is, half omdat er al zoveel gebeurt in de wereld. En dan volgt: dertig doden in Parijs. De eerste dertig, zal later blijken. Die waarheid kan ik niet meer in mijn zak laten glijden in de hoop dat het niet gebeurt en ik kluister me aan de buis.

image

Ik zie de de gijzeling voor me. In gedachten zie ik de moordenaars langzaam rondsluipen. Het enige wat blijft hangen is de grote waarom-vraag. Maar het lukt me niet om daar greep op te krijgen. Het blijft bij eerste pogingen. De open grenzen? Falende veiligheidsdiensten? Al doen die natuurlijk ook wat ze kunnen. Vrijwel direct dwalen mijn gedachten af van de slachtoffers naar alle commentaren die zullen volgen, en opeens sla ik dicht.

De dialoog in mijn hoofd stokt, omdat er nog een partij is die mee wil praten. Een stem die zich bemoeit met zelfs maar het begin van het vormen van een gedachte over deze aanslag. Die stem is de buitenwereld met al haar meningen, oordelen en verwachtingen. ‘Ouafa, wat vind jíj er eigenlijk van?’

Het zijn moslims die de aanslagen pleegden, moslims geboren in West-Europa. En met die eigenschappen trekken ze mij in hun val mee, het maatschappelijk debat in. Alleen omdat ik een achtergrond met hen deel. En dat verandert alles.

Ik neem me voor alleen nog naar het nieuws te kijken. Geen speculatie op de opiniepagina’s dit keer, over de basisscholen van de daders, over koranverzen en oproepen in Nederland. Na de aanslag op Charlie Hebdo deed ik via sociale media volop mee in de discussie over afstand nemen en solidariteitsmarsen, maar het bracht mij niet dichter bij een antwoord op mijn vragen. En bovendien worden we nu opnieuw geraakt; wat hebben al die meningen ons opgeleverd? Ik hoop dat het helpt als ik me een beetje afsluit, want de rust die ik nodig heb om me te bezinnen ontbreekt. Zelfs de woorden waarmee ik mijn gedachten wil vormen zijn besmet, ze worden gestuurd door wat ik verwacht dat anderen van mij zullen vinden.

Me een mening vormen is daardoor geen optie meer, maar een noodzaak. Mezelf uiten geen keus, maar een vereiste. En voor de manier waarop ik me uit, is geen creatieve ruimte, maar een voorgedrukt sjabloon: ik vind deze daden verschrikkelijk en dit heeft niets met míjn geloof te maken.

Ik wil naar Twitter grijpen, iets laten horen, zoals ik dat zo vaak doe. Delen hoort bij mijn generatie, van mooie muziek tot politieke meningen. Maar wat moet ik zeggen? Het is erg, maar ja, dat vindt iedereen, veel obligater kan het niet.

Moet ik het daarom juist zeggen, omdat mensen het graag van mij horen? Ik wil een vrij individu zijn en niet uit automatisme aan dat verwachtingspatroon voldoen. Eigenlijk wil ik zeggen dat ik niet snap waarom we niet vaker verontwaardigd zijn over terreur; een dag eerder werd immers Beiroet óók verscheurd, toen werden op Twitter nog luchtige grappen gemaakt over heroïne in het Slotervaartziekenhuis. Of ben ik dan weer recalcitrant en respectloos? Zullen ze zeggen dat ik nu slechts mijn hoofd moet buigen en me moet aansluiten bij het virtuele in memoriam?

Waarom voel ik deze neiging nooit als het om Ajax-ADO-rellen gaat? Er gaat zoveel mis in deze wereld waaraan ik part nog deel heb en waar ik me niets van aantrek. Of in elk geval: waarbij ik geen enkele druk voel om mijn mening te uiten, om een bepaalde kant op te gaan.

Ik spreek af met een vriendin. We zeggen van tevoren tegen elkaar: we gaan het hier niet over hebben. En dan hebben we het er natuurlijk toch over.

Waarom lukt het me niet normaal te denken over dit onderwerp? Waarom raak ik in de greep van de publieke perceptie? Er is niemand die me echt dwingt. De vraag wordt zelfs nauwelijks gesteld. Zóveel reacties krijg ik ook weer niet op Twitter, en het is niet of ik een bekende Nederlander ben. Er zijn bovendien zat mensen die juist luidkeels roepen dat ze níét verplicht afstand willen nemen. Maar ook bij hen voel ik me niet bij thuis. Geen #jenesuispascharlie voor mij.

Ondanks mijn voornemens plaats ik toch een paar reacties. Ik weet eigenlijk niet of het een intrinsieke blijk van afschuw is, of dat ik wil voldoen aan wat ik denk dat de buitenwereld van mij verwacht. Maar ik ben blij dat ook moskeeën publiekelijk afstand nemen en deel dit statement, misschien helpt het een beetje.

Facebook vraagt me mijn profielfoto rood-wit-blauw te kleuren, en om me heen zie ik tientallen mensen dat doen. Het liefst zou ik alle vlaggen van de regenboog op mijn profielfoto zetten of luidkeels roepen: Lieve mensen, iedereen vindt dit erg. Natuurlijk wil ik vrede. Maar dat vinden we allemaal. Toch?

Ik koester niet de illusie dat een rood-wit-blauwe Facebookfoto die droom ook maar iets dichterbij brengt. Sterker nog: elk vlaggetje dat voorbij komt, voelt als een verwijzing naar de spanning die er in de samenleving is. Juist een geforceerde mars voor verbroedering, straalt uit hoe weinig eenheid er is. De samenleving waarin ik opgroeide, hoe ik naar buiten kijk, ís divers. Is een smeltkroes. Dat hoeft helemaal niet benadrukt te worden. Maar als ik hoor hoe blij men is dat in Rotterdam een imam, een burgemeester, een rabbijn en een predikant op één podium staan, bekruipt mij juist het gevoel dat het om een toneelstukje gaat. De geforceerde knuffel bij de echtscheidingsconsulent. 'Papa en mama houden nog steeds ont-zet-tend veel van elkaar, kinderen.’

En toch hoor ik op de radio dat mensen het heel fijn vinden om te zien dat moslims hun afgrijzen uitspreken. Honderden retweets krijgt de foto van een jongen met het bord 'ik ben moslim en ik ben tegen terreur’. Die jongen in Parijs snap ik heel goed.

Maar hebben mensen ook hier écht zoveel behoefte aan zo'n expliciete verklaring van jongens met een licht getinte huidskleur? Buiten hoor ik een vrouw op straat telefoneren. 'Het wordt tijd dat we nu echt iets doen.’ Waar doelt ze op? Moeten we oorlog voeren in Syrië, moet er meer geld naar de AIVD of moet er iets met de moslims? Met de islam? Met mij? En zou het haar helpen, als ik me aansloot bij de mars voor vrede?

Misschien moet ik gewoon accepteren dat de samenleving nu eenmaal zo werkt dat een individu verantwoordelijk is voor het corrigeren van stereotypen. De wereld is onzeker en ik sta door mijn afkomst voor veel mensen dichter bij de daders. Dat maakt me voor sommigen medeschuldig, voor anderen juist een uithangbord dat laat zien dat het níét aan 'onze’ afkomst ligt. En voor weer anderen ben ik een lopende vraagbaak, zij kloppen aan in de hoop dat ik meer zal weten. Terwijl de waarheid is dat ik net zo veel chaos heb van binnen. Zíj, de daders, staan net zo ver van mij af. Hun beleving van hún religie is voor mij net zo vreemd.

Intussen zijn we een week verder. In Parijs zijn 130 mensen vermoord. Er waren klopjachten, arrestaties. Meer doden. Een voetbalstadion dat in een sfeer van paniek werd ontruimd. Ook zijn alle slachtoffers uit Beiroet begraven en weten we dat elke dag en morgen opnieuw honderden mensen de dood vinden, ergens op aarde.

De antwoorden op vragen daarover zijn te groot en dus dwaalt mijn hoofd steeds weer af naar mijn situatie en het debat in Nederland. Zou het zo voor anderen ook zijn? Dat ze niets kunnen doen aan de oorlog in Syrië en zich daarom maar storten op scherpslijperij in eigen land? Is het hele zogenaamde maatschappelijk debat eigenlijk een teken van machteloosheid in de zaken waar het echt om draait?

Natuurlijk hoop ik dat het samen uiten van afschuw ons dichter bij elkaar brengt. Dat we ons realiseren dat niet alleen de daders, maar ook een aantal slachtoffers islamitisch waren. Ik ben alleen bang dat het collectieve vlagvertoon een tijdelijke façade zal zijn. Dat achter de beloften van gelijkheid en broederschap het oude wantrouwen zal blijven schuilen, omdat we altijd op zoek zullen gaan naar schuldigen. En die schuldigen veel overeenkomst zullen blijven hebben met mij.

Gedeelde afspraak

- Speech van Ouafa Oualhadj, gehouden op 31 augustus 2015 voor Lodewijk Asscher (Minister van Sociale Zaken)

Stel je even voor dat je aan tafel zit met iemand. Je eet een kipsaté, of voor mijn part aardappelpuree. Als je dan je overbuurman zijn hand over zijn kin ziet halen, haal je in een reflex je hand over je eigen kin.

We schatten namelijk continue in wat anderen van ons denken. Hoe kijken ze? Welke klemtoon leggen ze? Op basis van al die kleine signalen passen we ons aan. Meestal onbewust, met maar één doel: niet vreemd overkomen.

Gelukkig ligt de verzuilde samenleving in het verleden. Een verkeerde blik in de kerk jaagt je niet meer na op het werk vandaag de dag. Maar tegelijkertijd willen we in de samenleving zoals we die nu kennen meer dan ooit weten wat de ander van ons denkt.

Toen Paul Scheffer schreef dat deze diverse samenleving zou leiden tot een multicultureel drama, was ik 9. Nu, zestien jaar later, sta ik hier zelf te praten over integratie.

En ik kan één gedachte maar niet onderdrukken: dat mijn achtergrond debet is aan deze uitnodiging. En óók als ik dat mis heb, dan nog kan ik de geboortegrond van mijn ouders niet negeren. Want een verhaal uit mijn mond over integratie wordt anders beluisterd. Anders beoordeeld.

Ik weet dat het me niets verder brengt, toch blijft het door mijn hoofd spoken dat jullie meer horen dan mijn stem alleen. Dat een oordeel over mij sneller gevormd is dan ik zou willen en mijn naam en uiterlijk mijn woorden al kleuren voor ik ze uitgesproken heb. Dat ik minder vrij ben dan ik zelf zou willen zijn.

Natuurlijk is er veel veranderd in 16 jaar. Er wordt meer onderling gesproken en minder getolereerd. Maar: politici delen nog steeds rozen uit voor moskeedeuren en het Landelijk Beraad Marokkanen staat nog steeds op het voetstuk dat het zelf heeft neergezet.

De grootste verandering van de afgelopen jaren is echter een andere. Eén die zich op een veel fundamenteler niveau heeft voltrokken:

Dat is de toegenomen waarde van de geboorteplaats van je ouders. Van je achtergrond. Het vergrootglas dat is komen te liggen op de moeilijk uit te spreken achternaam, in plaats van op de zelf vormgegeven identiteit. We zijn elkaar meer gaan zien door de bril van een statisticus, en minder als nieuwsgierige vreemden.

“Het gaat niet om je afkomst, maar om je toekomst” hoorden we van Forum in 2006, van de SER in 2007 en van bijna alle politieke partijen de jaren daarna. Was het maar zo.

“Waar kom je echt vandaan?”, is veranderd van een oprechte, geïnteresseerde vraag, in een vraag die gepaard gaat met talloze verwachtingen en vooroordelen. Verwachtingen die expliciet of impliciet worden geuit en aan je blijven kleven. Als een tafelgenoot die maar over zijn kin blijft wrijven.

Want als je continue moet opboksen tegen een bepaald beeld, dan raak je verstrikt in je eigen identiteit. Wie zich steeds opnieuw moet verhouden tot een krantenkop, is niet vrij om zichzelf te zijn.

Laatst zag ik die worsteling terug in een discussie over zelfscankassa’s. Een schitterende uitvinding. Geen rij, geen kassapraatje, gewoon zelf scannen. Past perfect bij dit land, waarin we het altijd beter willen en kunnen doen.

Om te zorgen dat iedereen netjes alle producten scant, worden willekeurige controles uitgevoerd. Het resultaat: talloze Facebookposts van mensen die denken dat zij er vanwege hun uiterlijk uitgepikt worden.

Los van de willekeur van deze controles, het feit dat dit gevoel zo snel opspeelt is een probleem. Het gevoel dat de lat voor mensen met een andere achtergrond hoger ligt. Het gevoel dat je altijd één stapje extra moet zetten.

Dit gevoel wordt bevestigd als de controleur weer eens minder door de vingers ziet. Als de scheidsrechter direct een rode in plaats van gele kaart trekt. Of als de PvdA je eerder op het podium zet.

Gevoelens van onvrede en angst leven net zo goed bij autochtone Nederlanders. Zo las ik dat journalist Max van Weezel regelmatig door Slotervaart fietst, om te kijken of IS in Nederland aan terrein wint. Hij telt de meisjes die make-up op hebben en hoopt dat hij meer gestifte lippen ziet dan jongens met baarden.

Deze onthulling van Van Weezel legt zo goed bloot wat er mis gaat als mensen bang zijn voor het onbekende. Om grip te krijgen op die angsten, proberen we de wereld dan maar te duiden aan de hand van simpele uiterlijke kenmerken.

De kiem voor de angst dat je allochtonen niet echt kan vertrouwen is gelegd toen Martin Bosma het woord ‘Taqiyya’ introduceerde: moslims in Nederland zouden hun ware, gewelddadige aard verbergen om dit land over te kunnen nemen. Een gevoel dat enorm versterkt wordt door een onzorgvuldig rapport over de vermeende IS-steun onder Turkse jongeren, waarvan de resultaten door de minister van integratie groot aangehaald werden in de krant.

Hoe kijkt een argeloze man in Zwolle na het lezen van krantenkoppen over dit onderzoek naar zijn buurjongen die met Suikerfeest een Jelebba aantrekt? Statistieken liegen niet, laat staan een minister.

Een vice-premier zou er alles aan moeten doen om deze sfeer van achterdocht af te werpen. Stimuleren dat mensen wat vaker naar het ware gezicht van elkaar zouden kijken. Vraagtekens durven zetten bij een ronkend journalistiek verhaal over een shariadriehoek , in plaats van als eerste naar de ‘plaats des onheils’ te snellen. Het gewicht dat een vice-premier geeft aan deze missers verdicht de nevel van wantrouwen over het land.

Wantrouwen bestond al, zullen sommigen tegenwerpen. En natuurlijk is het belangrijk dat rolmodellen afstand nemen van jihadisme en geweld. Maar het gevolg van deze rapporten is echter dat ook mensen die gewoon een autonoom individu willen zijn, steeds vaker argwanend aangekeken worden. Niet zichzelf kunnen zijn.

Half Nederland waant zich inmiddels een sociologische beleidsmaker. Zelfs onder een Facebookpost van de KNVB over een 19-jarig voetbaltalent met wortels in Marokko las ik het volgende:

Waar Marokkanen echt goed in zijn? Ze zitten niet alleen 7x vaker in de bijstand dan autochtonen. Ze zijn ook 5x crimineler. 6 op de 10 jongens onder de 23 jaar zijn met de politie in aanraking geweest. Én ze zijn 22 keer vaker schuldig aan straatroof en dat soort zaken.

En bleef het maar bij Facebook, of bij dat ene vervelende kantinegesprek. Deze verdenkingen vinden óók in het publieke debat plaats.

Kom in plaats van Tibet op voor Palestina, en automatisch zíe je de verdenking van antisemitisme opkomen. Veroordeel als Marokkaanse de idioten in de Schilderswijk en direct word je toegejuicht: ‘eindelijk, een Marokkaan die het snapt.’

Terwijl niemand achter een blond meisje uit Wassenaar een moslima verwacht, of achter een jongen uit de Schilderswijk een kwetsbare transgender. Argwaan, en nog erger: gemakzucht.

Ik zou jullie willen vragen je best te doen die blikken naast je neer te leggen. Verder te kijken dan dat baardje van de vrome moskeebezoeker, of die tatoeage met de Nederlandse vlag van de fanatieke oranjesupporter. Juist de verlichting heeft ons geleerd dat soort primaire emoties te onderdrukken, omdat we onszelf verplichten beter te willen weten. Nieuwsgierig te wíllen zijn.

Dat is dan ook de grootste opdracht: wees nieuwsgierig. En spreek mensen aan op hun verantwoordelijkheid. Aan de overheid is het vooral de taak om heldere grenzen te trekken. Want het diffuse beeld is in de eerste plaats ontstaan, omdat mensen jarenlang niet hebben dúrven uitspreken wat ze mis vonden gaan. Met collectief wantrouwen als gevolg.

En please, compenseer die argwaan niet met een soort bevoogdende houding om maar te willen laten zien dat er heus ook goede allochtonen zijn.

De manier waarop de camera’s zochten naar gehoofddoekte dames bij de Charlie Hebo demonstratie. Of de gretigheid waarmee Aboutaleb na die aanslagen op het zadel werd gehesen toen hij zei wat elk weldenkend mens zou kunnen zeggen. Je zag de blijdschap in de ogen van zovelen: “kijk maar, daar is er een, die hoort ook bij ons. Zie je wel”.

Die gretigheid verraadt een dieper liggend beeld van lagere verwachtingen. Een beeld waarin — hoe treurig ook — Aboutaleb de grote uitzondering lijkt te zijn, de laatste strohalm waar de goedwillende elite zich aan vastklampt. Het zijn de paralympische spelen niet.

Het gaat niet om je afkomst, maar om een gedeelde afspraak. De afspraak dat je je aan de wet houdt en elkaar een beetje de ruimte geeft. De afspraak om mensen niet in de greep van hun familieregister te houden. De afspraak om nieuwsgierig te zijn naar wat een ander écht drijft, in plaats van dat voor ze in te vullen op basis van hun huidskleur.

En dat betekent ook: de afspraak dat mensen niet vervallen in slachtofferschap, als het ze een keer tegenzit. En de afspraak dat iedereen moet accepteren dat mensen hun eigen keuzes maken, ook als die niet lijken te passen bij de traditie.

De samenleving verandert, de wereld verandert, en in plaats van dat allemaal te registreren en categoriseren, spreken we elkaar aan op onze verantwoordelijkheid, en weten we daarom dat we rechtvaardig behandeld worden. Dan vertrouwen mensen weer dat ze écht willekeurig uit de rij gehaald worden. Weten we dat Aboutaleb terécht op het schild gehesen wordt.

Als we dat volhouden, word ik de volgende keer uitgenodigd voor een verhaal over onze krijgsmacht. Dan kom ik weer. Dat spreek ik af.

Ouafa Oualhadj

Hoeveel wijzer in geldzaken?

Ouafa Oualhadj - Net als mijn stufielening van DUO twee dagen binnen is, krijg ik weer een mailtje over de nieuwste sale van mijn favoriete kledingwinkels. Of dat toeval is weet ik niet, feit blijft dat ik deze verleiding soms niet kan weerstaan, terwijl andere rekeningen nog op zich laten wachten. En daar ben ik niet alleen in: maar liefst 41% van de Nederlanders gaf in 2006 aan dat ze een forse inkomensdaling niet zouden kunnen opvangen, ondanks dat ze vaak gewoon een normaal salaris verdienen.

Omdat verantwoord financieel gedrag goed is voor de financiële stabiliteit én economische groei van Nederland, ziet de overheid het als taak om mij en miljoenen andere Nederlanders beter met geld om te leren gaan. En eerlijk gezegd, dat is best een mooi streven. Acht jaar geleden werd daarom het platform Wijzer in geldzaken opgericht, een ambitieus initiatief van het ministerie van Financiën om ons financieel bewustzijn te vergroten.

Maar als ik acht jaar na dato naar mijn eigen reactie op die mooie aanbieding kijk en met mensen om me heen praat, zie ik dat ons financiële bewustzijn nog lang niet optimaal is. En zeker omdat veel Nederlanders minder te besteden hadden, zou beter financieel gedrag veel mensen hebben kunnen helpen de afgelopen jaren. Maar is dat wel gelukt? Hoeveel Nederlanders hebben de afgelopen acht jaar profijt gehad van de acties van Wijzer in geldzaken? Een campagne waarin de overheid de ‘krachten bundelt’ samen met ‘partners uit de financiële sector, de wetenschap, de overheid en onderwijs-, voorlichtings- en consumentenorganisaties’ klinkt voortvarend. Toch was ik benieuwd of die ambitie ook tot daadwerkelijke verbetering van ons gedrag heeft geleid en of de bestede miljoenen uiteindelijk resultaat hebben geboekt.

Een onduidelijk totaalbeeld
Onder het platform Wijzer in geldzaken valt een aantal programma’s, waarbinnen verschillende projecten worden uitgevoerd. Die variëren van evenementen voor speciale doelgroepen als de Week van het Geld en de Pensioen3daagse, tot websites die zich richten op een bepaald onderwerp. Al deze projecten dienen ertoe mensen financieel bewuster te maken.

Uit de jaarverslagen en interne documenten waar de Algemene Rekenkamer toegang toe heeft kon ik opmaken dat de 25 losse projecten van het platform Wijzer in geldzaken heldere doelstellingen hebben. Ze zijn bijna allemaal geformuleerd op de ‘smart’-manier, waardoor na afloop goed te zeggen is of een project geslaagd is - of niet. Wat echter ontbreekt is een beeld van de totale voortgang: er zijn veel positief afgeronde projecten, maar of die projecten bij elkaar opgeteld het financieel bewustzijn vergroot hebben, wordt niet bijgehouden. Op dat niveau, waar je uiteindelijk zou willen zien of ons gedrag veranderd is, worden helaas juist geen smart doelstellingen geformuleerd.

Gedrag meten is moeilijk
Wijzer in geldzaken voert van elk project een evaluatieonderzoek uit, vaak samen met een onafhankelijk bureau. PR-onderzoek speelt daarin een belangrijke rol, omdat het platform veel waarde hecht aan het aantal mensen dat het platform bereikt. En die cijfers zijn positief: miljoenen mensen worden bereikt en ook als gevraagd wordt naar de bekendheid van projecten, zijn de resultaten goed. Toch zegt mijn gevoel dat als ik aan de kledingwinkel zou vragen of ze blij zijn dat ik hun mailtje lees, zij zouden antwoorden dat het uiteindelijk gaat om mijn gedrag daarna: loop ik naar de winkel toe, of neem ik het voor kennis aan.

Olaf Simonse, programmamanager van het platform, vertelde mij dat het platform zelf ook bewust is van het feit dat er nog te weinig gedrag wordt gemeten. Effectmeting is lastig en op grote schaal kostbaar, maar desondanks wordt het nu toch opgenomen als expliciete doelstelling in de nieuwe strategie. Simonse vertelde mij dat hij een oplossing voor beter onderbouwde projecten ziet door te starten met kleine experimenten in een laboratoriumsetting. Wanneer blijkt dat deze echt ander gedrag veroorzaken, zouden ze pas daarna opgeschaald kunnen worden. Ik heb het hem nog niet verteld maar ik hou me graag aanbevolen als proefkonijn!

Op naar een gefundeerde toekomst
Ook nu de kredietcrisis achter ons lijkt te liggen, blijft het belangrijk dat mensen goed met hun geld om gaan. Het is in onzekere tijden van belang dat mensen stevig in hun financiële schoenen staan. Het platform heeft dus zeker bestaansrecht, maar moet er nu wel werk van maken de doelstellingen te expliciteren en de bijdrage van alle projecten daarbij goed te meten. Alleen zo weten we of het platform zelf wijs met zijn geld omgaat.

Mijn gesprekken met Simonse gaven mij het gevoel dat dit onderzoek naar de invloed van de projecten de komende tijd echt centraal komt te staan. Het platform laat zien kritisch naar zichzelf te kijken en daarvan te leren en dat biedt hoop voor de toekomst. Maar ook ik ben wijzer geworden van dit onderzoek. Natuurlijk, ik heb een heel mooie ervaring opgedaan bij de Algemene Rekenkamer, maar misschien nog wel belangrijker, ik ben ook iets wijzer geworden in mijn eigen geldzaken. Die sale-mailtjes hebben niet meer hetzelfde effect op mij - dat is alvast één gedragsverandering.

- Dit blog van Ouafa Oualhadj werd oorspronkelijk geplaatst op Passie voor Publieke Verantwoording. Het stageverslag is hier (pdf) terug te lezen.